Overdracht van de familievennootschap aan de volgende generatie? Nog meer mogelijkheden met het WVV!

De overdracht van een familievennootschap bezorgt menig pater of mater familias de nodige hoofdzorgen. Vragen of de aandelen beter worden geschonken, vererfd of verkocht aan de volgende generatie duiken meteen op. Maar daar stopt het niet. De volgende vraag die rijst, is hoe men de overdracht precies gaat organiseren. Verdwijnt het ervaren hoofd van de familie meteen na de overdracht van de aandelen uit de het familiebedrijf of blijft hij (nog een aantal jaren) aan de top van het bedrijf staan als (gedelegeerd) bestuurder? Meestal zal dit laatste het geval zijn. Maar wat dan weer met de kinderen die geen interesse hebben om in het familiebedrijf te stappen?

Reeds geruime tijd bestaat de praktijk om te werken met een controlevehikel om aan bovenstaande euvels tegemoet te komen. Meestal richt degene die de familievennootschap wil overdragen (eventueel samen met de opvolger) een nieuwe vennootschap op die als controlevehikel fungeert. Vervolgens worden de aandelen van het familiebedrijf ingebracht in het controlevehikel.

De volgende stap is dat de overdrager en/of de opvolger worden benoemd tot quasi-onafzetbare bestuurder/zaakvoerder van het controlevehikel. Degene die deze functie uitoefent, zal de werkelijke controle krijgen over de familievennootschap. Immers staat de familievennootschap dan onder controle van het controlevehikel dewelke op haar beurt bestuurd wordt door de quasi-onafzetbare bestuurder. Deze laatste heeft dus via het controlevehikel de macht om alles te beslissen in de familievennootschap en kan zo de bestuurders benoemen van de familievennootschap.

Tenslotte verkrijgen de (gelijkberechtigde) kinderen van de overdrager de aandelen van het controlevehikel. Dit kan door verkoop of door schenking. Gewoonlijk worden de aandelen (of deelbewijzen wanneer voor een maatschap wordt gekozen) geschonken.

Wanneer de onderliggende familievennootschap een zuiver familiaal karakter heeft in de zin van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, kan gebruik worden gemaakt van een fiscaal gunstregime waardoor er geen schenkbelasting moet worden betaald op de geschonken aandelen. Daarvoor is onder meer vereist dat de onderliggende familievennootschap een reële economische activiteit uitoefent (zo zal een zuivere patrimoniumvennootschap niet voldoen aan de voorwaarden voor het gunstregime). Tevens dient de familie minstens 50% van de stemrechten te bezitten in de over te dragen vennootschap (het controlevehikel dus). Ook dient de over te dragen vennootschap nog drie jaar na de schenking van de aandelen in continuïteit te blijven.

Indien men niet via het fiscaal gunstregime kan schenken, kan men ervoor opteren om te schenken met de normale schenkbelasting van 3% (voor schenkingen in de rechte lijn of tussen partners) of 7% (voor schenkingen aan andere personen). Men kan ook schenken voor een buitenlandse (meestal Nederlandse) notaris. In dit geval is ook geen schenkbelasting verschuldigd op voorwaarde dat de schenker nog 3 jaar in leven blijft (dit is de zogenaamde verdachte periode). Indien de schenker sterft voordat de 3 jaar om is, dan is de gewone erfbelasting van toepassing (dewelke hoger ligt dan de schenkbelasting en progressief naar omhoog gaat in verhouding tot de waarde van de vererfde goederen). Voor familievennootschappen geldt bij de vererving van de aandelen ook hier een gunstregime met lagere belastingtarieven doch staat hier tegenover dat de verdachte periode verlengd wordt tot 7 jaar.

In iedere geval en los van het fiscaal luik, de door de schenking begunstigde kinderen van de aandelen zullen dan wel niet de macht hebben om de quasi onafzetbare bestuurder(s) af te zetten (tenzij bij unanimiteit of wegens wettige reden), zij krijgen wel aandelen van het controlevehikel met bijbehorende winstrechten. De dividenden uit de onderliggende familievennootschap stromen naar boven, uiteindelijk tot bij de nieuwe generatie die de aandelen in het controlevehikel aanhoudt.

Welke vennootschap kan men dan kiezen als controlevehikel?

Op zich is het mogelijk om elk mogelijk type vennootschap te kiezen. Echter zijn niet alle vennootschappen even geschikt als controlevehikel. Door de invoering van het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen (het WVV) en andere recente wetgeving, zijn daarbij enkele verschuivingen te noteren.

Een eerste optie om te gebruiken als controlevehikel is de maatschap. Voordelig is dat de maatschap eenvoudig en zonder veel kosten kan worden opgericht en bovendien flexibel is daar contractueel makkelijk kan worden afgeweken van de wet. Voorheen werd de maatschap ook geroemd door de discretie die hier bestaat (er dient geen vennootschapsdossier op de griffie van de ondernemingsrechtbank te worden aangelegd). Echter blijft van die discretie niet overdreven veel meer over door de invoering van het UBO-register en de plicht om de maatschap in de KBO in te schrijven.

Klassiek wordt de commanditaire vennootschap op aandelen misschien wel aanzien als de meest interessante optie gezien de gebetoneerde statutaire zaakvoerder die een vetorecht heeft tegen zijn eigen ontslag (behoudens wettige reden), tegen winstuitkeringen en tegen wijzigingen van de statuten. Dit type vennootschap wordt echter afgeschaft door het WVV. In plaats hiervan wordt het mogelijk om slechts één bestuurder te hebben in een NV waarbij statutair kan worden bepaald dat de enige bestuurder over voornoemde vetorechten beschikt. Bovendien wordt in het WVV expliciet bepaald dat in dergelijk geval de statuten een opvolger kunnen aanduiden. Zo kunnen de statuten bepalen dat de overdragende pater of mater familias bijvoorbeeld na 3 jaar de fakkel doorgeeft aan de aangeduide opvolger die het familiebedrijf verder zal zetten. Het WVV voert deze regeling speciaal in voor de controlevehikels van familiebedrijven.

De CVBA werd aanzien als een geschikt controlevehikel door de flexibiliteit met de stemrechten doch zorgt de invoering van het WVV ervoor dat de coöperatieve vennootschap (de CV) minder interessant wordt. Men wil met de CV terug naar de basis en het coöperatieve gedachtengoed. Het fungeren als controlevehikel van een familievennootschap staat daar haaks op.

De NV was onder het oude recht niet zo interessant als controlevehikel daar een bestuurder steeds eenvoudig (ad nutum) afgezet moet kunnen worden door de algemene vergadering. Dit verandert in het WVV waardoor een zekere ontslagbescherming kan worden gegeven. Bovendien is er de voornoemde mogelijkheid om een enige bestuurder met een sterke positie te hebben.

Ten slotte blijft ook de BV (besloten vennootschap) een mogelijkheid als controlevehikel aangezien de optie van de statutaire zaakvoerder (dit heet in de BV wel bestuurder) behouden blijft.

Wat met de certificeringstechniek?

Op dit vlak brengt het WVV geen wijzigingen aan. De certificeringstechniek houdt in dat een rechtspersoon wordt opgericht dewelke fungeert als administratiekantoor van gecertificeerde effecten. Dit kan elke rechtspersoon zijn maar meestal gebruikt men een Belgische private stichting of de Nederlandse stichting-administratiekantoor (de zogenaamde STAK). Een stichting heeft namelijk geen leden maar enkel een bestuur. Zo kan men het bestuur eenvoudig toevertrouwen aan de overdrager en/of de opvolger. Via de stichting kan de overdrager en/of de opvolger de familievennootschap controleren.

In de stichting worden de aandelen van de familievennootschap gecertificeerd, d.w.v. dat er certificaten worden uitgegeven aan de kinderen. Deze certificaten hebben tot doel de vermogensrechten verbonden aan de aandelen van de vennootschap aan de certificaathouders te geven. Behoudens afwijkende bepaling in de certificeringsovereenkomst is er namelijk een doorstortingsplicht van de dividenden van de familievennootschap aan de certificaathouder.

Zoals gezegd verandert het WVV niets aan deze techniek doch dient de kleine kanttekening gemaakt te worden dat de wetgever specifiek voor deze certificeringstechniek bij familiebedrijven een wijziging heeft aangebracht in de bestuursregeling van de private stichting. Onder het oude recht dient een private stichting namelijk minstens drie bestuurders te hebben. Dit kan een probleem vormen wanneer bijvoorbeeld de pater of mater familias of de opvolger de controle van de familievennootschap voor zich alleen wil houden. Daarom kan onder het WVV een stichting slechts één bestuurder hebben, net zoals bij de Nederlandse STAK al langer het geval is.

Verandert het WVV iets aan de mogelijkheid om een controlevehikel te gebruiken?

Het antwoord is simpel: nee. Men kan perfect controlevehikels blijven gebruiken met dien verstande dat bepaalde types vennootschappen geschikter of net minder geschikt zijn geworden hiervoor (zie eerder).

Wel zullen controlevehikels mogelijk minder relevant worden onder het nieuwe vennootschapsrecht. Men gebruikt zo’n controlevehikel om een overdrager en/of opvolger een sterke positie te geven en tegelijk de kinderen die niet in het familiebedrijf stappen niet te benadelen door hen gelijke winstrechten te geven.

Onder het WVV kan men deze doelstellingen ook bereiken zonder een controlevehikel op te richten, met name wanneer de familievennootschap de vorm van een BV of NV heeft of aanneemt.  In deze vennootschappen kunnen aandelen worden uitgegeven met ongelijke winstrechten en met onbeperkt meervoudig stemrecht. Ook aandelen zonder stemrecht zijn onbeperkt mogelijk. De ondergrens is dat er minstens één aandeel met stemrecht moet zijn en dat geen aandeelhouder volledig van de winst mag worden uitgesloten.

Men kan dus perfect de doelstellingen waarvoor men een controlevehikel zou gebruiken, halen op het niveau van de familievennootschap zelf.  Bijvoorbeeld kan men een (quasi-onafzetbare) bestuurder installeren en tegelijk de meerderheid van de stemrechten toekennen aan het kind die het familiebedrijf zal overnemen (de opvolger) zodat deze de controle heeft in de algemene vergadering. Men kan de overige kinderen zelfs enkel aandelen zonder stemrecht geven. De winstrechten verbonden aan de aandelen kunnen dan weer gelijk zijn voor alle aandelen en dus alle kinderen.

Een ander voorbeeld is dat de overdrager nog een aandeel behoudt maar waar wel de controle van de stemrechten heeft (eventueel samen met de opvolger). Qua winstrechten is dan weer een andere verdeling mogelijk zodat de kinderen meer winstrechten zouden hebben dan de overdrager (zolang men maar niemand volledig uitsluit van de winst).

 

Kortom, mogelijkheden genoeg voor creatieve geesten om het aandeelhouderschap en bijbehorende rechten te organiseren naar de noden en wensen van de familie.

11 juli 2019

 

 

 

 

 

Jasper Baert

Advocaat

%d bloggers liken dit: