De nieuwe pandwet is inmiddels reeds meer dan drie jaar oud, maar treedt op 1 januari 2018 eindelijk in werking. Dit  heeft een aantal belangrijke gevolgen op het vlak van pandrechten, eigendomsvoorbehoud en retentierechten op roerende goederen.  De eerste 2 rechten kunnen voortaan worden ingeschreven in het Nationaal Pandregister.

1. Het pand.

Degene die een schuld heeft of aangaat, professioneel of particulier, kan een of meerdere roerende goederen in pand geven als waarborg voor de betaling van die schuld aan de schuldeiser.  Behalve ingeval van pand op de handelszaak of op schuldvorderingen, die door kredietverstrekkers dikwijls geëist worden, kon tot nu toe een dergelijk pandrecht slechts bestaan door het goed effectief in handen van de schuldeiser af te geven.  Voortaan kan dit pand ook tot stand komen door een schriftelijke overeenkomst, waarbij de schuldenaar in het bezit blijft van het goed.  Dit is een aanzienlijk voordeel, bijvoorbeeld bij inpandgeving van een dure machine, waarbij de schuldenaar deze verder in zijn bezit houdt en kan gebruiken.

Belangrijk is dat een dergelijk pandrecht tegenstelbaar is aan derden door inschrijving in het pandregister.  Een derde bijvoorbeeld, die het verpande goed gekocht heeft, zal het pandrecht van de schuldeiser moeten respecteren, tenzij de koper ter goeder trouw het goed verworven heeft zonder kennis van het pand.  Een professionele koper kan zich daar echter niet op beroepen en zal dus best het pandregister controleren vooraleer een roerend goed aan te kopen!

2. Het eigendomsvoorbehoud.

Algemene verkoopsvoorwaarden, waar in staat dat de verkoper eigenaar blijft van de koopwaar tot aan de volledige betaling ervan, zijn schering en inslag.  In de nieuwe wet wordt deze mogelijkheid uitgebreid tot andere overeenkomsten, zoals aanneming waarbij naast het werk ook goederen geleverd worden door de aannemer.  Voorheen kon de verkoper zijn recht ook enkel laten gelden wanneer het verkocht goed nog in natura aanwezig was bij de verkoper en nog niet verwerkt, vermengd of vervangen was.  In de nieuwe wet is dat anders en blijft het eigendomsrecht zelfs gelden wanneer de goederen reeds geïncorporeerd zijn in een onroerend goed, maar op voorwaarde dat het eigendomsvoorbehoud in het pandregister is geregistreerd.  Dit is een aanzienlijke verbetering voor oa. leveranciers van materialen en apparaten die in de bouw verwerkt worden.

3. Het retentierecht

Degene aan wie een goed afgegeven wordt, heeft het recht dit te behouden totdat de schuldvordering, die ermee verband houdt, is voldaan.  Dit beginsel werd reeds eerder algemeen aanvaard, maar krijgt nu voor het eerst een wettelijke basis.  De schuldeisers heeft niet het recht dit goed te verkopen, enkel om dit te behouden als drukkingsmiddel voor de betaling en hij verliest het recht van zodra hij het goed niet meer in zijn bezit heeft.  Een van de bekendste voorbeelden is de garagist die het voertuig bij zich houdt totdat de factuur van de herstelling betaald is.  Let wel, voor het uitoefenen van een retentierecht op een goed tot aan de betaling van andere facturen, die geen betrekking hebben op het goed dat op dat ogenblik in handen van de schuldeiser is, kan slechts middels een overeenkomst (bijvoorbeeld in de algemene voorwaarden).

Het pandregister is te vinden op https://financien.belgium.be/nl/E-services/pandregister.

10 november 2017

Nieuwe pandwet in werking op 1 januari 2018 

Frederic Leleux

Advocaat – master in het ondernemingsrecht – curator

%d bloggers liken dit: