Nieuwe aansprakelijkheidsregels voor vennootschapsbestuurders.

Ondernemen is risico nemen, groot of klein.  Wie het risico wil vermijden om zijn hele hebben en houden te verliezen als het misgaat, doet er goed aan dat risico te beperken via een vennootschap.  Zo kan bv. het exploitatierisico ondergebracht worden in een vennootschap, terwijl het patrimonium privé blijft, of in een andere vennootschap wordt ondergebracht.  Het schild van de vennootschap is echter niet onfeilbaar.  In bepaalde gevallen kunnen de aandeelhouders of bestuurders persoonlijk toch aansprakelijk gesteld worden.

In 2018 zijn deze regels veranderd.  De aansprakelijkheden voor de vennootschapsbestuurders vindt men voortaan in het hoofdstuk Insolventie van het Wetboek economisch recht.  Dat is logisch, want de aansprakelijkheid zal in de praktijk vooral van belang zijn wanneer de vennootschap niet kan betalen en schuldeisers dus soelaas bij de bestuurder zoeken.

Als een ‘kennelijk grove fout’ heeft bijgedragen tot het ontstaan van het faillissement, dan kan de bestuurder veroordeeld worden tot (een deel van) de schulden die onbetaald blijven.  Daarvoor is het zelfs niet vereist dat het faillissement een rechtstreeks gevolg is van de fouten van de bestuurder.  Deze regel is weliswaar enkel van toepassing op vennootschappen met een omzet van meer dan 620 000 euro per jaar en/of een balanstotaal van 370 000 euro.  Als daaraan niet voldaan is, kan men terugvallen op de algemene regel dat de bestuurder ten aanzien van de vennootschap (en de aandeelhouders) verantwoordelijk is voor tekortkomingen in zijn mandaat en dit zolang de algemene vergadering geen kwijting heeft verleend.  Echter zelfs als die kwijting is gegeven, kan de bestuurder nog aansprakelijk zijn indien hij zich onzorgvuldig heeft gedragen en/of de vennootschapswetgeving heeft overtreden.

Nieuw is de aansprakelijkheid wegens wrongful trading. Wanneer het duidelijk is dat de onderneming niet meer te redden is en men de zaak toch verderzet, kunnen de bestuurders ook veroordeeld worden tot (een deel van de) schulden die onbetaald blijven.  Zo nieuw is de regel echter niet.  Het is weliswaar een nieuwe bepaling in de wet, maar ook voordien paste de rechtspraak de algemene beginselen van zorgvuldig bestuur toe op dergelijke casus.  De bestuurder kan dan verantwoordelijk gesteld worden voor de vermindering van de activa of de vermeerdering van de passiva van de onderneming die hij aldus heeft verdergezet.

Er zijn nog diverse andere aansprakelijkheidsgronden zoals inzake fiscale en sociale schulden, belangenconflicten, niet neergelegde jaarrekeningen, oprichtersaansprakelijkheid edm.  Het zou te ver leiden daarvan een overzicht te willen geven, maar het is vooral van belang voor ogen te houden dat een bestuurder steeds het vennootschapsbelang moet nastreven en beseffen dat zijn beslissingen op hun zorgvuldigheid kunnen gecontroleerd worden.  Ook kan het aangeraden zijn een verzekering bestuurdersaansprakelijkheid af te sluiten.

 

26 november 2018

Nieuwe pandwet in werking op 1 januari 2018 

Frederic Leleux

Advocaat – master in het ondernemingsrecht – curator

%d bloggers liken dit: