Met de wet van 11 augustus 2017 wordt het insolventierecht grondig hervormd en probeert de wetgever de huidige sociale en economische noden tegemoet te komen. De nieuwe insolventiewetgeving gaat in werking op 1 mei 2018 en implementeert ook de invoeging van de Faillissementswet en de WCO (Wet Continuïteit Ondernemingen) in het Wetboek Economisch Recht.

Deze insolventiewet voorziet verder de digitalisering van de insolventieprocedures, de hervorming van de Wet Continuïteit Ondernemingen en zoveel meer. Daarnaast zullen de insolventieprocedures niet langer op ‘handelaars’ maar wel op ‘ondernemingen’ van toepassing zijn. De verbreding van het toepassingsgebied leidt ertoe dat ook de vrij beroepers het faillissement kunnen aanvragen.

Wie is de vrij beroeper?

De ‘vrij beroeper’ wordt algemeen vereenzelvigd met de boekhouder, arts, advocaat of boekhouder. De ‘vrij beroeper’ is echter meer dan dat. De wet van 11 augustus 2017 omschrijft de ‘beoefenaar van een vrij beroep’ als:

“elke onderneming wiens activiteit er hoofdzakelijk in bestaat om, op onafhankelijke wijze en onder eigen verantwoordelijkheid, intellectuele prestaties te verrichten waarvoor een voorafgaande opleiding en permanente vorming is vereist en die onderworpen is aan een plichtenleer waarvan de nalevering door of krachtens een door de wet aangeduide tuchtrechtelijke instelling kan worden afgedwongen”

Bijgevolg zal onder meer ook de architect, kinesitherapeut, dierenarts of apotheker zich kunnen wenden tot de insolventieprocedures.

Welke insolventieprocedures?

De vrij beroeper die momenteel met betalingsproblemen kampt, ziet zijn actief uiteenvallen in duizend stukken door de verschillende inbeslagnames in opdracht van zijn schuldeisers. Uiteindelijk zal zijn volledige actief in beslag genomen zijn, tenzij hij reeds in collectieve schuldenregeling was getreden.

Vanaf 1 mei ’18 zal een vrij beroeper echter beroep kunnen doen op de gerechtelijke reorganisatie, waardoor zijn schulden tijdelijk worden bevroren om zijn activiteit alsnog te kunnen redden. Komt alle hulp te laat, dan kan de vrije beroeper het faillissement aanvragen.

Wanneer uit de faillissementsprocedure blijkt dat er onvoldoende actief is om alle schulden te betalen, bestaat er een restschuld. De vrij beroeper kan de kwijtschelding van deze restschuld verkrijgen, voor zover geen enkele belanghebbende de volledige of gedeeltelijke weigering van kwijtschelding vordert. De weigering wordt maar toegekend indien blijkt dat de vrij beroeper kennelijke grove schulden heeft begaan.

Eigenheden vrije beroepen

Om het hoofd te bieden aan de eigenheden van de vrije beroepen, dient tijdens de vereffeningsprocedure of de overgang van het actief het beroepsgeheim en de keuze van de cliënt te respecteren.De wet voorziet de betrokkenheid van een mede-curator uit dezelfde beroepsgroep als de gefailleerde vrije beroeper, die waarborgen van bekwaamheid biedt op het vlak van vereffeningsprocedures.

Nieuwe kansen

De wetgever wil in haar vernieuwde en moderne beleid ondernemers besparen van stigmatiserende gevolgen van een faillissement. Het faillissement moet niet langer aanzien worden als het falen in ondernemerschap. Daarom biedt de wet van 11 augustus ’17 ondernemers, en dus ook vrije beroepers, de kans om na of zelfs tijdens de faillissementsprocedure te herstarten met een nieuwe activiteit. De inkomsten van deze nieuwe activiteit komen niet toe aan de curatele.

 

17 november 2017

Glenn De Ridder

Advocaat

%d bloggers liken dit: