Vennootschapsrecht

Aansprakelijkheid van vennootschapsbestuurders: de regels onder het WVV en Boek XX WER

Ondernemen is risico nemen. Wie wil vermijden dat hij bij tegenslag zijn volledige vermogen verliest, brengt zijn activiteit vaak onder in een vennootschap. Dat schild is echter niet onfeilbaar: in bepaalde gevallen kunnen bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Sinds 2018 en 2019 zijn die regels grondig herschikt, in het WVV en in Boek XX van het Wetboek van Economisch Recht (WER).

De algemene bestuursaansprakelijkheid (art. 2:56 WVV)

Een bestuurder is tegenover de vennootschap aansprakelijk voor fouten in de uitoefening van zijn opdracht. Hij wordt daarbij beoordeeld naar de maatstaf van een normaal voorzichtig en zorgvuldig bestuurder in dezelfde omstandigheden. De rechter toetst marginaal: enkel beslissingen die buiten de marge vallen waarbinnen redelijke bestuurders van mening kunnen verschillen, zijn foutief. Vormt het bestuur een college, dan zijn de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor de beslissingen van dat college. Voor schade die voortvloeit uit overtredingen van het WVV of de statuten zijn de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk tegenover de vennootschap en tegenover derden. Een bestuurder die niet heeft deelgenomen aan de fout, kan zich bevrijden door de fout te melden aan de andere bestuurders.

Een plafond voor de aansprakelijkheid (art. 2:57 WVV)

Nieuw sinds het WVV is dat de bestuurdersaansprakelijkheid in bedrag is beperkt, afhankelijk van de omvang van de rechtspersoon: van 125.000 euro voor de kleinste rechtspersonen tot 12 miljoen euro voor de grootste en voor organisaties van openbaar belang. Het plafond geldt voor alle bestuurders samen, per feit of geheel van feiten.

Het plafond geldt echter niet bij een lichte fout die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt, een zware fout, bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden, en evenmin voor de hoofdelijke aansprakelijkheid voor bepaalde fiscale schulden (zoals onbetaalde bedrijfsvoorheffing en btw) en voor onbetaalde RSZ-bijdragen bij faillissement.

Aansprakelijkheid bij faillissement (Boek XX WER)

  • Kennelijk grove fout (art. XX.225 WER): heeft een kennelijk grove fout van een bestuurder bijgedragen tot het faillissement, dan kan hij worden veroordeeld tot (een deel van) de schulden die onbetaald blijven. Bestuurders van kleine vennootschappen ontsnappen daaraan (art. XX.225, § 2 WER), als de gemiddelde jaaromzet over de drie boekjaren vóór het faillissement minder dan 620.000 euro (exclusief btw) bedroeg en het balanstotaal op het einde van het laatste boekjaar niet hoger was dan 370.000 euro. Volgens het Hof van Cassatie (2 december 2021) kunnen zij zich daar enkel op beroepen als de vennootschap een regelmatige boekhouding voerde.
  • Onbetaalde RSZ-bijdragen (art. XX.226 WER): bestuurders kunnen onder voorwaarden persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor sociale bijdragen die de failliete vennootschap niet betaalde.
  • Wrongful trading (art. XX.227 WER): wie een vennootschap verder laat werken terwijl hij redelijkerwijze moest weten dat er geen vooruitzicht meer was om een faillissement te vermijden, kan aansprakelijk zijn voor de schade die daardoor ontstaat. Die regel bestaat sinds 1 mei 2018 uitdrukkelijk in de wet, maar de rechtspraak paste dezelfde gedachte al langer toe op basis van de algemene zorgvuldigheidsplicht.

Andere aansprakelijkheden

Daarnaast bestaan nog andere grondslagen, zoals de aansprakelijkheid voor belangenconflicten, de niet-neerlegging van jaarrekeningen, de miskenning van de alarmbelprocedure of van de uitkeringstesten, en de oprichtersaansprakelijkheid. Sinds 1 januari 2025 kunnen bestuurders door de afschaffing van de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent in Boek 6 BW ook gemakkelijker buitencontractueel worden aangesproken door derden. Zie onze blog Boek 6 BW en bestuurdersaansprakelijkheid.

Tips

  • Neem beslissingen op een geïnformeerde manier en documenteer ze in notulen.
  • Volg de financiële toestand van de vennootschap nauwgezet op en grijp tijdig in bij signalen van moeilijkheden.
  • Meld een fout van medebestuurders tijdig als u er niet mee akkoord gaat.
  • Overweeg een verzekering bestuurdersaansprakelijkheid.

Heeft u vragen over uw aansprakelijkheid als bestuurder? Neem contact op met ons kantoor.

26 november 2018

Frederic Leleux

Advocaat – master in het ondernemingsrecht – curator

Algemene voorwaarden op uw offerte of factuur: wie wint de ‘Battle of the Forms’?

U stuurt uw offerte met daarin uw algemene voorwaarden. Uw klant gaat akkoord, maar bevestigt met een bestelbon waarop zijn eigen voorwaarden staan. Zolang alles vlot loopt, merkt niemand het verschil. Bij een discussie over een laattijdige levering of een...

Flex Noon Sessions Najaar 2026

PROGRAMMA NAJAAR 2026   Donderdag 24 september 2026 Praktische tips bij de verkoop van uw bedrijf – deel 2 Spreker: Mr. Alexander Wynter Na de voorbereiding van uw onderneming bekijken we nu de verkooptransactie zelf.Welke juridische documenten komen op tafel...

Boek 7 BW is een feit: wat de hervorming van het contractenrecht betekent voor ondernemingen (in werking op 1 september 2027)

Op 16 juli 2026 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers eenparig het wetsvoorstel goedgekeurd tot invoeging van Boek 7 “Bijzondere contracten” in het Burgerlijk Wetboek. Met de invoering van Boek 7 BW wordt na jaren voorbereiding een volgende, cruciale steen op...