Heeft u er ooit al bij stilgestaan of uw aandelen al dan niet zijn volgestort? De impact van niet-volgestorte aandelen is immers niet te onderschatten. De belangrijkste plicht van een aandeelhouder in een volkomen rechtspersoon, zoals in een BVBA, is het volstorten van zijn inbreng. Op die manier beschikt de vennootschap over voldoende middelen voor het ontwikkelen en in stand houden van haar maatschappelijke activiteit en wordt aan de schuldeisers de nodige bescherming geboden.

Bij de oprichting van een BVBA, bedraagt het minimumkapitaal 18.550,00 EUR. De aandelen of gedeelten van aandelen die inbrengen in natura vertegenwoordigen dienen volledig te zijn volgestort. Voor de aandelen die een inbreng in geld vertegenwoordigen dient één vijfde van ieder aandeel te zijn volgestort, waarbij het minimumkapitaal van 18.550,00 EUR voor 6.200,00 EUR dient te zijn volgestort in een BVBA. In een EVBVA dient het dubbele van dit bedrag te worden volgestort, zijnde 12.400,00 EUR. De minimumvolstorting in een S-BVBA is bepaald op 1,00 EUR. Voor het overige bedrag is een aandeelhouders niet verplicht om onmiddellijk en volledig te volstorten.

Uit het aandelenregister van de vennootschap blijkt of de aandelen al dan niet zijn volgestort. Iedere belanghebbende derde kan inzage nemen in het register. Eveneens kan een beroep worden gedaan op de jaarrekening van een onderneming om na te gaan of de aandelen van een vennootschap zijn volgestort. De jaarrekening kan worden geraadpleegd via de website van de FOD Economie via de zoekfunctie “KBO public search”. Meer bepaald dienen de rubrieken 100 en 101 in acht te worden genomen. In rubriek 100 “geplaatst kapitaal”, wordt aangegeven tot welk bedrag de aandeelhouders zich hebben geëngageerd. In rubriek 101 “niet opgevraagd kapitaal” vindt men het nog te volstorten bedrag terug.

Het is echter niet omdat u als aandeelhouder uw niet-volgestorte aandelen overdraagt, dat u naderhand niet meer kan worden aangesproken tot volstorting. U dient immers voor ogen te houden dat een overeenkomst waarbij u bedingt dat de overnemer tot volstorting is gehouden, niet tegenwerpelijk is aan derden, noch aan de vennootschap. Bovendien wordt niet door alle rechtspraak aanvaard dat uit de aantekening van de overdracht in het aandeelhoudersregister, u hierdoor van u volstortingsverplichting wordt bevrijd.
U zal in het bijzonder voorzichtig dienen te zijn indien de vennootschap naderhand failliet wordt verklaard, aangezien de curator u dan kan aanspreken tot volstorting samen met de overnemer.

Wees dan ook op uw hoede indien u wordt geconfronteerd met niet-volgestorte aandelen!

Lisa Heuninck

Advocaat – master in het ondernemingsrecht