Sedert september vorig jaar is een decreet in werking, dat de huur van handelspanden voor korte duur regelt.  Dit is voornamelijk van belang voor de steeds populairder wordende pop-up stores, maar evengoed voor andere huurcontracten van korte duur.  Voordien was het opletten geblazen wanneer men een handelspand voor korte tijd wilde verhuren.  Het volstond immers dat het pand hoofdzakelijk voor ambacht of kleinhandel werd gebruikt en dat er rechtstreeks contact met het publiek was, om onder de dwingende regels uit de handelshuurwet te vallen.  Men kon dat zelfs niet vermijden door het anders in een contract overeen te komen. 

Een van de belangrijkste gevolgen van de toepassing van de handelshuur betreft de minimumduur van 9 jaar, die in het voordeel van de huurder werkt.  Zonder akkoord van de huurder kan een dergelijke overeenkomst door de verhuurder niet vroeger beëindigd worden, tenzij als het contract daarin voorziet en dan nog enkel in gevallen die in de wet zijn opgesomd (bv. voor eigen uibating).  De huurder kan wel vroeger stopzetten, maar ook enkel na 3 of 6 jaar.

In veel gevallen waar een korte huur gewenst was, trachtten partijen dit te vermijden door het contract als “gemene huur” te bestempelen, hetzij als contract van “bezetting ter bede”.  Beide soorten overeenkomsten hebben hun eigen kenmerken, maar de zwakte bestaat erin dat de dwingende handelswetgeving toch van toepassing is als de voorwaarden voldaan zijn, met alle gevolgen van dien.

Met het Decreet houdende huur van korte duur voor handel en ambacht heeft de Vlaamse wetgever deze hachelijke situatie voor pop-up huurders en verhuurders opgelost.  Voortaan mag men schriftelijk een handelszaak verhuren voor een periode van maximaal 1 jaar.  De huurperiode kan korter zijn en kan schriftelijk verlengd worden, maar de maximumtermijn is dwingend.  Duurt het gebruik langer dan één jaar, dan wordt het toch een gewone handelshuur met alle gevolgen van dien.  Onder dit regime kan de huurder met een opzeg van één maand de huur stopzetten en ook de verhuurder kan niet gedwongen worden om langer te verhuren dan overeengekomen was.  Er zijn geen hernieuwingsrechten voor de huurder.  Ook voorziet de wet in beperkte verbouwingsrechten voor de huurder en wordt de mogelijkheid tot overdracht van huur en onderverhuring uitgesloten.

De tekst van het decreet van 17 juni 2016 houdende huur van korte duur voor handel en ambacht vindt u hier.

 

frederic_leleux

Frederic Leleux

Advocaat – master in het ondernemingsrecht – curator