In De Tijd van 6 april 2017 verscheen een artikel, waarin werd gesteld dat het Hof van Cassatie in een recent arrest paal en perk heeft gesteld aan de hoge funding loss vergoedingen bij vervroegde terugbetaling van een lening. Vooraleer u naar de bank holt om uw investeringskrediet terug te betalen, moeten enkele kanttekeningen gemaakt worden.  Het lijkt immers nog wat vroeg om victorie te kraaien.

Wanneer een ondernemer een professioneel krediet vervroegd wil terugbetalen, bijvoorbeeld bij verkoop van het gefinancierde goed, dan wordt hij vaak overdonderd door de grootte van de vergoeding die de bank vraagt voor deze terugbetaling, bovenop het openstaande kapitaal.  Deze vergoeding heet funding loss en heeft tot doel alle verliezen van de bank ingevolge de vervroegde terugbetaling te compenseren.  Zeker wanneer de rentevoet bij de toekenning van het krediet veel hoger was dan op het ogenblik van de terugbetaling, kan deze som aardig oplopen.  Het zou niet het eerste faillissement zijn, dat door een dergelijke onaangename verrassing wordt veroorzaakt.

Art. 1907bis van het Burgerlijk Wetboek stelt het volgende: Bij gehele of gedeeltelijke terugbetaling van een lening of interest kan in geen geval van de schuldenaar, buiten het terugbetaalde kapitaal en de vervallen interest, een vergoeding voor wederbelegging worden gevorderd, groter dan zes maanden interest, berekend over de terugbetaalde som en naar de in de overeenkomst bepaalde rentevoet.

De banken omzeilden deze bepaling echter steevast door te stellen dat de overeenkomst een kredietopening betrof en dit geen lening op afbetaling is. Hoewel beide termen voor een ondernemer vermoedelijk dezelfde lading dekken, is er juridisch een verschil.  De lening op afbetaling is een overeenkomst die tot stand komt bij afgifte van het geld en waarbij de lener zich ertoe verbindt de lening met interesten terug te betalen.  Bij een kredietopening daarentegen kan het krediet opgenomen worden in een bepaalde periode en kunnen in de loop van de terugbetalingsperiode (met akkoord van de bank) eventueel nieuwe opnames van kapitaal gebeuren. De meeste leningen worden de dag van vandaag onder de vlag van een kredietopening afgesloten, al is de titel van de overeenkomst niet doorslaggevend om de juridische aard van de overeenkomst te bepalen.

Een tweede argument dat de banken frequent aanwenden om een hogere vergoeding te kunnen eisen, bestaat erin dat de kredietovereenkomst een vervroegde terugbetaling uitsluit, zodat er geen sprake zou zijn van een wederbeleggingsvergoeding maar een schadevergoeding wegens verbreking van de overeenkomst. 

In beide voornoemde argumenten werden de banken door de rechtspraak veelal gevolgd.  Dit heeft de wetgever ertoe gebracht om een wettelijke regeling uit te werken (Wet betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen), waardoor zowel leningen als kredietopeningen steeds vervroegd kunnen worden terugbetaald, ook al werd dit in de kredietovereenkomst verboden, en dit met een vergoeding van hoogstens 6 maanden interest.  De beperking is echter enkel van toepassing voor kredieten aangegaan na 10 januari 2014, door KMO’S en beperkt tot kredieten van een miljoen euro. Veel KMO’s hebben echter nog kredieten lopen van voor 2014 en zijn dus niet direct bij de nieuwe wet gebaat.

In het geciteerde arrest van het Hof van Cassatie van 24 november 2016, veegt het Hof het argument van de bank van tafel, dat stelde dat de beperking van het Burgerlijk Wetboek tot 6 maanden interest niet van toepassing was omdat het niet over een wederbeleggingsvergoeding zou hebben gegaan omwille van het feit dat de vervroegde terugbetaling door het contract niet toegelaten was en het bijgevolg om een verbrekingsvergoeding zou gaan die niet aan die beperking onderhevig is. Het Hof van Cassatie besliste dat de beperking ook geldt voor leningen op afbetaling waarbij de vervroegde terugbetaling contractueel verboden was en doorbrak daarbij de bestaande rechtspraak van de lagere rechtscolleges.

Men mag echter niet te snel victorie kraaien, want het Hof heeft niet gezegd dat de beperking van het Burgerlijk Wetboek ook van toepassing zou zijn op kredietopeningen. Op dat vlak blijft aldus onzekerheid bestaan, niettegenstaande de Memorie van Toelichting bij de geciteerde wet de banken adviseerde om als ‘best practices’ de beperking ook toe te passen op kredieten van voor 2014.  We kunnen m.i. wel besluiten dat de hoge funding loss vergoedingen meer en meer onder druk komen te staan en er zijn wel degelijk argumenten te ontwikkelen om deze vergoedingen ook voor oude kredietopeningen te herleiden.  Zo kan een rechtbank contractueel bepaalde schadevergoedingen bij niet-naleving van een overeenkomst herleiden als deze de normaal te verwachten schade overtreffen en kan er gesteld worden dat de bank rechtsmisbruik maakt door een te hoge vergoeding te eisen.  In een arrest van 7 augustus 2013 stelde het Grondwettelijk Hof zelfs dat het “niet uitgesloten” is dat een bank aansprakelijk zou kunnen worden gesteld wanneer zij een kennelijk overdreven wederbeleggingsvergoeding eist.

Het verdient dus nog steeds aanbeveling voor oude kredietovereenkomst eerste met uw bank te onderhandelen vooraleer het krediet vervroegd wordt terugbetaald en er geen weg meer terug is. De bank weet dat immers ook…

 

frederic_leleux

Frederic Leleux

Advocaat – master in het ondernemingsrecht – curator